Over het project

Stad Zoutleeuw zet een belangrijke stap richting de restauratie en herbestemming van het historische Heksenkot.

In 2025 nam de stad, via de IOED Zuid-Hageland, deel aan de wedstrijd “Nobis Kwadraat 2025” van architectenbureau ‘Erfgoed & Visie’. De wedstrijd hield een oproep in naar erfgoedprojecten met een maatschappelijke en sociale meerwaarde.

Met de kandidatuur rond het Heksenkot werd Zoutleeuw één van de vijf laureaten. Dat betekent dat onze stad een gratis strategisch studieadvies ontvangt, ter waarde van €5.000. De studie start in 2026. Het advies zal ons helpen om een duidelijk beeld te krijgen van de restauratie-opties en mogelijke bestemmingen voor dit bijzondere stukje erfgoed.

 Een duik in de geschiedenis

‘Het Heksenkot’ in de 14de eeuw: toren in de stadsomwalling

Zoutleeuw was tijdens de middeleeuwen strategisch gelegen in het oosten van het graafschap Leuven of het latere hertogdom Brabant, nabij het prinsbisdom Luik. Bovendien lag de stad aan het verst bevaarbare punt van de Kleine Gete, en was die zo bereikbaar voor platbodems vanuit Antwerpen. Zoutleeuw werd dan ook een bloeiend handelsknooppunt en was één van de zeven ‘vrije steden’ van Brabant, naast Nijvel, Brussel, Tienen, Leuven, Antwerpen en ‘s Hertogenbosch.

De stad kreeg in de vroege 12de eeuw zijn eerste omwalling. Door de economische bloei van de stad was er twee eeuwen later, in de 14de eeuw, nood aan een ruimere omwalling. Beide omwallingen - met hun muren, torens en poorten - zijn goed herkenbaar op het stadsplan dat in het midden van de 16de eeuw getekend werd door Jacob van Deventer. Een kopergravure van einde 16de eeuw toont een impressie van de stad vanuit vogelperspectief, met duidelijk gekanteelde stadsmuren.

‘Het Heksenkot’ in de 17de eeuw: verlaagde toren op bastion in de vestingwerken

In de context van de vele oorlogen die de Franse zonnekoning Lodewijk XIV voerde in onze streken (toen de ‘Spaanse Nederlanden’), werden de middeleeuwse stadswallen van Zoutleeuw in de 17de eeuw omgevormd tot ‘gebastioneerde vestingwerken’. De middeleeuwse belegeringstechnieken, met katapulten en stormrammen, hadden immers plaatsgemaakt voor belegeringen met kanonnenvuur. De belegeraar moest dan ook op afstand gehouden worden, met brede grachten en aarden wallen die bovendien, beter dan stenen muren, bestand waren tegen kanoninslagen.

De torens van de middeleeuwse stadsmuren werden verlaagd, in de omwalling werden bastions en redans aangelegd, de grachten werden verbreed, met daarin aarden buitenwerken (ravelijnen, kroonwerken, ...) en aan de buitenzijde nog een extra omwalling. In de jaren 1670 werd er ten zuiden van de stad ook nog een citadel aangelegd. 

Het 'heksenkot' was zo'n verlaagde toren, die in de 17de eeuw op een punt van een aarden bastion kwam te liggen. Deel uitmakend van de hoofdwal had men van hieruit een goed schootsveld overheen de buitenste aarden werken.

‘Het Heksenkot’ op het einde van de 19de eeuw: torenruïne als ‘follieke’ in villapark

In de loop van de 18de eeuw geraakten de vestingwerken in verval en buiten gebruik. Gronden werden verhuurd, militaire gebouwen werden afgebroken. Op het einde van de 18de eeuw werden de fortificaties verkocht. 

Op de plek van het latere stadspark, liet notaris - tevens burgemeester - Gustaaf Fineau in 1889 een villa bouwen, bovenop de oude kruitkelders. (Vandaag is het Vredegerecht in de villa gehuisvest.) Fineau moet bij de aanleg van zijn landschappelijk park rond de villa grotendeels gebruik gemaakt hebben van de reliëfverschillen van de voormalige vestingwerken. De torenruïne behield hij als ‘folly’ en liet er een conciërgewoning bovenop bouwen, met pittoreske elementen.

De villa zelf werd tijdens het interbellum ‘gemoderniseerd’ met horizontaliserende ramen en witte gevelbanden.

‘Het Heksenkot’ sinds de 20ste eeuw: een gebouw in verval  

Van 1964 tot 1976 was hier op de site een asfalteringsbedrijf gevestigd. Daarna kocht de stad het domein en verhuisden de stadsdiensten naar de villa. Begin jaren 1990 werden de loodsen afgebroken. In de jaren 2000 werden extra paden aangelegd in het ondertussen publieke stadspark.

De oude toren met conciërgewoning geraakte echter in verval. 

 Een toekomst voor 'het Heksenkot'

In 2026 start het bureau Erfgoed & Visie met het onderzoeken van de mogelijke restauratieopties en bestemmingen voor dit uniek stukje erfgoed.

Hou deze pagina in de gaten!

 

 IOED-partners